Deel 1: Het gelukkigste volk ter wereld (1989)

1.1. Het verhaal

1.1.1. Ontmoeting op 9 november 1989

Componist-dirigent Herman Simon en zangeres Clarissa Lichtblau lopen elkaar op de avond van donderdag 9 november 1989 in de hal van een Berlijns hotel tegen het lijf . Niet alleen mondiaal een historische dag, de val van de muur, maar ook persoonlijk. Ze waren elkaar uit het oog verloren, nadat zij in de periode 1960 tot 1970 in München telkens net niet tot een vaste relatie kwamen. Daarna hadden zij hun eigen carriŹre opgebouwd, een bewogen, maar ook eenzaam bestaan, levend vanuit hun koffers. Nadat ze elkaar in de armen zijn gevallen, gaan ze op Clarissa’s hotelkamer met elkaar naar bed. De televisie staat aan en geeft beeld en geluid van jubelende mensen uit Oost- en West-Berlijn. Wanneer ze daarna toekomen aan de vraag hoe hun leven ondertussen is verlopen, bekent Clarissa haar droom om samen met Herman in een bepaald huis in het Rijndal te wonen en gelukkig te zijn. Hij is nooit uit haar gedachten verdwenen. Bij Herman slaat de vonk over; ze willen zo snel mogelijk gaan kijken bij dat huis boven de Rijn bij Oberwesel.

In het eerste deel van de film plaatst de regisseur afwisselend Herman en Clarissa in de rol van verteller, die ons –naast de beelden- introduceert in de voorgeschiedenis en de onderlinge relaties. Onderweg door de DDR en West-Duitsland wisselen ze elkaar af aan het stuur. Het laatste stuk valt Herman op de bijrijdersstoel in slaap. Als hij wakker wordt, ziet hij in het herfstschemer het droomhuis van Clarissa, een vervallen vakwerkhuis op een rots boven een wijngaard aan de Rijn, vlakbij de beroemde Loreley. Clarissa’s wens en de gedachte met haar een nieuw leven te beginnen, hebben hem betoverd. Ze kopen het Günderode-huis, genoemd naar een romantische dichteres die daar zou hebben gewoond. Het geluk van dit nieuwe begin is totaal.

1.1.2. Dicht bij Schabbach

Al snel merkt Herman hoe dicht het huis eigenlijk bij het dorp Schabbach ligt, waar hij is opgegroeid. Hij is terug in zijn geboortestreek, verbaasd en blij maar ook met argwaan, want hij weet nog hoe hij vol pijn en woede wegtrok naar München met het voornemen nooit terug te keren. Herman komt weer in contact met zijn stiefbroers en andere dorpsbewoners, aangevoerd door cafébaas Rudi Molz. Herman sluit zich aan bij de vredesactivisten die zich verzetten tegen de aanwezigheid van Pershings in de Hunsruck. Zijn broer Ernst heeft zich als een kluizenaar terug getrokken aan de rand van het dorp. Daar is ook zijn airstrip, warmee hij het dorp kan ontvluchten. Hij begrijpt niet waarom Herman is terug gekomen naar zijn geboortestreek. Bij broer Anton ziet het er heel anders uit. Met huishoudster, kinderen en kleinkinderen heeft hij, eigenaar van een flinke fabriek van optische apparatuur, een complete hofhouding om zich heen verzameld.

1.1.3. Restauratie Günderodehuis

Het Günderode-huis moet grondig gerestaureerd worden. Hoe pakken ze dat aan? Clarissa moet na enkele dagen al weer naar Leipzig voor een concert. De voorstelling op 13 november in het Gewandhaus valt echter uit vanwege een zgn. maandagdemonstratie (de muur is dan wel gevallen, het DDR- regime nog niet). Tijdens die gedwongen pauze leert Clarissa Udo en Gunnar kennen; twee back-stage handwerklieden van de concertzaal. Ze zijn maar al te graag bereid zijn om – tegen 10 West-Marken per uur- de restauratieklus aan te nemen. Later komen er nog twee Saksen bij: Tobi , een kerkrestaurator en Tillmann, een electricien.

 

Vanwege hun concertverplichtingen moeten Herman en Clarissa elkaar veel alleen laten. Onderweg schrijven ze korte liefdesbrieven. Afwisselend zijn er beelden van concerten van Herman of Clarissa (de acteurs zijn daadwerkelijk de uitvoerenden) en opnames van werkzaamheden in of bij het Günderodehuis. Die verlopen voorspoedig, want de jonge Saksen blijken uitstekende vaklieden te zijn, terwijl Rudi Molz waarmee Herman en Clarissa vriendschap sluiten. Ze nodigen de bouwvakkers uit om –met vrouw en kinderen -de eerste Kerst in het verenigde Duitsland gezamenlijk in München te vieren, waar Herman nog steeds een appartement heeft en waar ook Hermans theateragent Reinhold woont.

1.1.4. De feestdagen van 1989

Helaas zat er voor Clarissa een kink in de kabel. Ze moet zich los maken uit de hereniging van haar geliefde, omdat haar zoon Arnold (uit het huwelijk met Volker) als “hacker” voor de rechtbank moet verschijnen. Zij wil hem bijstaan. Hij woont bij Oma Lichtblau in Hamburg.. De rechtszaak loopt goed af, maar haar moeder roept haar ter verantwoording voor de verhouding met Herman en voor de “onzinnige” aankoop van een ruēne. Zo wordt ook haar zangcarriŹre geruēneerd, vreest Oma. De ware reden (zoals blijkt als ze Herman opzoekt op 7 december in het Concertgebouw in Amsterdam) is dat ze vreest alleen achter te blijven, wanneer haar ‘onderpand’ Arnold in het huis van zijn moeder zou kunnen wornen. Uit schuldgevoel heeft Clarissa beloofd om kerstmis bij Arnold en Oma in Hamburg door te brengen. Daarna heeft ze weer een concertverplichting.

Herman viert met Gunnar en Udo en hun gezinnen kerst en oud-en –nieuw in München, voor de gasten uit de DDR een sprookjesstad. Tobi en Tillmann gaan niet mee. Tillmann heeft Moni uit Oberwesel leren kennen, met wie hij een liefdesnestje in het koude Günderodehuis bouwt. Vanuit München bezoekt het gezelschap euforisch het hoogste punt van Duitsland, de Zugspitze. Daar begint het geluk te breken. Petra, de vrouw van bouwvakker Gunnar wordt verliefd op Reinhold, die de tederheid uitstraalt die ze vergeefs een spoor bij Gunnar heeft gezocht. Gunnar reist boos terug naar het Günderodehuis en beleeft de jaarwisseling in zijn eentje. Dat geldt niet voor Herman, want op de stoep van zijn Münchens appartement staat Clarissa . Ze is verkouden en heeft geen stem meer. “Ik laat je nu nooit meer alleen”, zegt Herman., waarna de film wordt afgesloten met beelden van het vuurwerk bij de Brandenburger Tor, waar 100.000 mensen uit oost en west zich hebben verzameld.

1.2. Toelichting

1.2.1. Het Günderodehuis

Het "Günderodehaus" genoemd naar de dichteres Caroline von Günderode, draagt zijn eigen geschiedenis met zich mee. Het vormt in H3 het centrum van alle ontwikkelingen, het aanknopingspunt, waar vanuit draden gesponnen worden die – waarheen zij ook geleid zijn (Leipzig, Zürich, Berlijn, Keulen, Amsterdam, Wenen, Parijs.) steeds weer terugkomen. Als rekwisiet leverde het in technische zin een uitdaging op, omdat het eerst ergens anders afgebroken moest worden, toen als ruēne opgebouwd moest worden, om tenslotte –als onderdeel van de handeling in de film met behulp van de bouwvakkers uit Oost-Duitsland prachtig gerestaureerd te worden. Wie inmiddels op de plek is geweest, zal bevestigen om welk een unieke locatie het nu gaat. Nadat het huis eerst – conform de tijdelijke bouwvergunning- dreigde te worden afgebroken, heeft de gemeente Oberwesel er met hulp van private investeerders en met middelen uit het LEADER-Plus programma van de EU voor kunnen zorgen dat het op die plaats kan blijven staan. Edgar Reitz heeft dit “filmrekwisiet”om niet ter beschikking gesteld (anders had hij de kosten van afbraak en afvoer voor zijn rekening moeten nemen). Op woensdag 14 september 2005 werd er een café-restarant met biergarten geopend.

 

Een vraag aan Edgar Reitz (Maarten van Bracht in VPRO-gids van 25 december 2004):

Het Günderode-huis wordt opgetrokken door bouwvakkers uit Oost.Duitsland. Waarom krijgen ze zwart uitbetaald?

'Ha, daar moet geen misverstand over ontstaan. Volgens de West-Duitse wetgeving waren de Oost-Duitsers ook Duits staatsburger, met recht op arbeid, een werkvergunning als ze naar het westen kwamen. Maar de wet schreef anno 1990 nog niet .voor dat Oost-Duitsers dan ook premies moesten afdragen. Ze hoefden dus - dat heeft een jaar geduurd - geen belasting te betalen. Zo konden ze aardig wat verdienen. Dus geen zwart werk, maar werk dat niet verboden was.'

 

Het idee achter de opbouw van het Günderodehuis kwam voort uit persoonlijke herinneringen van Edgar Reitz. In september 1989 waren Edgar Reitz en en zijn echtgenote Salome Kammer aan de verbouwing van hun huis in München begonnen. De werklieden die ze ingehuurd hadden, deden het kalm aan, maar declareerden wel een afgrijselijk aantal uren. Edgar en Salome waren bezig met de voorbereidingen van DZH en konden geen toezicht houden op de voortgang, terwijl ze ook geen geld genoeg hadden om zo door te gaan. Salome Kammer ging begin november 1989 naar de DDR om haar petekind te bezoeken. Bij die gelegenheid leerde ze drie handwerkslieden kennen die bereid waren meteen na het openen van de grens naar het westen te komen. Er was voor een aantal maanden werk. Gezamenlijk beleefden ze de euforie van de hereniging. Ook de vrouwen en gezinnen van de handwerkers leerden ze kennen. Reitz heeft ter afsluiting allen uitgenodigd voor een bezoek aan München, waarbij de Alpen getoond werden en uitstapjes gemaakt werden naar mooie dorpjes in Beieren.

1.2.2. De titel

Wat te denken van de titel "Das glücklichste Volk der Welt"? Hiermee wordt op macroniveau de aanvankelijke euforie bedoeld die gepaard ging met de vereniging van de beide Duitslanden (bijzonder duidelijk in de scŹne op de Zugspitze). Op microniveau heeft de titel betrekking op het lot van de individuele hoofdrolspelers, speciaal Herman en Clarissa. Reeds aan het eind van de episode zien we dat dit geluk weer kan gaan wankelen, door de sleur van alledag ter discussie wordt gesteld. Het motief van het geluk dat verloren gaat, of het ter discussie stellen van hetgeen men als levensgeluk of doel ondervindt, loopt als een rode draad door alle zes afleveringen. Het houdt de kijker steeds weer de spiegel voor, waarvan het beeld doet afvragen of onze pretenties, waardeoordelen en omgangsvormen nog wel passend zijn. Het is dus geen lichte kost, maar een film waar je je voor open moet stellen.

1.3. Commentaren

1.3.1. Het razende tempo aan het begin van de film

H3 begint met een razend tempo. Binnen een paar minuten hebben Herman en Clarissa elkaar niet alleen teruggevonden, maar besluiten ze samen te blijven, wordt er een huis gekozen en gekocht, worden er bouwvakkers ingehuurd, etc. Chronologisch gezien loopt het als volgt:

Š      Donderdag 9 november: ‘s avonds laat ontmoeten Herman en Clarissa elkaar in Berlijn;

Š      Zaterdag 11 november: ze reizen vanuit Berlijn naar Oberwesel en bezoeken ’s avonds de eigenaar van de Günderode ruēne, wijnboer Wallauer.

Š      Zondag 12 november: bezoek aan het pand; de koop wordt gesloten met Pitt als getuige (vertolkt door Karl Burg van Weingut Burg in Dellhofen)

Š      Maandag 13 november: wandeling Clarissa en Herman rondom het huis, vertrek Clarissa naar Leipig; Herman loopt door naar Schabbach en ontmoet Rudi Molz c.s. ’s Avonds maakt Clarissa in Leipzig kennis met Udo en Gunnar.

Š      Dinsdag 14 november: Clarissa neemt Gunnar en Udo mee naar de Hunsrück, waar ze ingekwartierd worden in Gasthaus Molz. De restauratie kan beginnen.

Š      Half december is het houtskelet opgekrikt en al weer wind- en waterdicht gemaakt.

 

Het wijkt allemaal nogal af van de beschouwelijke, diepgaande verteltrant van HEIMAT 1. Het wekt ook de indruk dat het verwerven van een bouwvergunning en het krijgen van toestemming om een monument te verbouwen een fluitje van een cent is in Duitsland. Ook bij het schema van internationale optredens van Hermann en Clarissa zijn vraagtekens gezet. Kun je in zo’n tempo zulke uiteenlopende werken ten gehore brengen?

 

“Het lijkt of je onvoorbereid in een rollercoaster bent gestapt; het gevoel dat je de snelheidslimiet aan het overtreden bent”. Over het tempo van deel 1 is zwaar gediscussieerd in de Duitstalige e-maildiscussie van december 2004, toen de 6 delen op de Duitse televisie werden vertoond.Waren het productietechnische factoren, die Edgar Reitz tot dit in elkaar persen van het verloop van de gebeurtenissen hebben gebracht? Hij moest tenslotte het hele verhaal in 6 delen onderbrengen, terwijl hij stof had voor veel meer afleveringen. HEIMAT 1 en DZH kenden een veel meer afleveringen: 11en 13. “Reitz heeft in allerijl de stukken op het schaakbord gezet. De beperkte zendtijd die hoofdopdrachtgever ARD hem gaf, maakte dit onvermijdelijk. In een dichtopeengepakt eerste deel heeft hij het “spel op de wagen gezet“.

 

Een heel andere veronderstelling is dat de haastige vertelwijze de hectische, nieuwe tijd moet weerspiegelen. Kan onze snelle en oppervlakkige TALPA-leefwijze wellicht alleen overtuigend in beeld gebracht worden met een evenzeer onrustige beeldopeenvolging? Andersom geredeneerd, zou het ook kunnen dat de beschouwelijk aanpak van HEIMAT 1 niet meer had gepast bij een verhaal in de tegenwoordige tijd. Zit er wellicht tussen HEIMAT 1, DZH en H3 bewust een opgaande lijn qua tempo?

 

Hoe het ook zij, zeker de romantische kijker had het op prijs gesteld, wanneer de scŹnes, waarin Herman en Clarissa elkaar terugzien en “elkaar toch nog krijgen”, iets meer diepgang hadden gehad. Maar liefst 13 afleveringen lang heeft hij in DZH met hen meegeleden, terwijl ze – duidelijk tot elkaar aangetrokken- maar niet tot een duurzame relatie kunnen komen.

 

Maarten van Bracht heeft Reitz over het snelle begin van de film een vraag gesteld in zijn interview voor de VPRO-gids.

Heimat 3 begint. Herman en Clarissa hebben elkaar 17 jaar niet gezien, maar de zaak is in recordtijd beklonken: Ze praten elkaar bij, gaan met elkaar naar bed en vertrekken nog dezelfde nacht richting Hunsrück, op zoek naar een vakwerkhuis waarop Clarissa al eer der een oogje had laten vallen. Heeft u de kijker met opzet overrompeld om maar meteen met het verhaal te kunnen beginnen?

Reitz: ‘Als je goed kijkt, zie je dat bij hun aankomst op de Hunsrück overal vuren branden, want het is Sint-Maarten, 11 november. Maar ze ontmoetten elkaar op 9 november, de dag waarop de Muur viel. Dus je kunt je afvragen, wat hebben die twee dan op de 10de gedaan? Nu, ik heb ongeveer een uur besteed aan die 10de november, maar dat materiaal is niet in de film gekomen. Daar laat ik Reinhold, Hermans assistent die de hele nacht naar hem op zoek is geweest, het liefdespaar bijpraten over de actuele gebeurtenissen. Reinhold heeft dan al een spontaan concert georganiseerd met musici uit Oost- en West-Duitsland. Op het programma staat Beethovens Negende, met Herman als dirigent en Clarissa als sopraan. Ze zijn de hele dag bezig met instuderen en kennismaken ‘s Avonds zit bij het concert een overgelukkige Willy Brandt in de zaal, die met de val van de Muur zijn politieke werk bekroond ziet. Na het concert komen Herman en Clarissa nader tot elkaar en besluiten hun leven met elkaar te delen. Had ik al dit materiaal gebruikt, dan zouden de twee pas aan het eind van deel 1 op de Hunsrück zijn gearriveerd. En ik mocht maar zes delen maken. Vandaar die bliksemstart in de hoop dat de stormachtige historische gebeurtenissen ook gespiegeld worden in het gedrag van Herman en Clarissa. Overigens ben ik nu al bezig met een film, waarin het niet gebruikte materiaal alsnog wordt verwerkt. Heimat 3 heeft een lange ontstaansgeschiedenis. Ik heb zeven jaar aan de film gewerkt, met veel discussie over mogelijke zijwegen en alternatieven.'

1.3.2. Duitse kritiek op de aanpak

Het eerste deel van HEIMAT 3 heeft dus zeker niet alleen enthousiasme, maar vooral in Duitsland de nodige kritiek opgeleverd, met name bij kijkers die HEIMAT 1 en DZH destijds met grote interesse gevolgd hadden. In H3 zou Reitz het tegendeel tonen van hetgeen hij in de twee andere series had laten zien. De figuren zouden niet boeien. Het verhaal zou in een razend tempo en onvoorspelbaar verlopen. Er wordt niets opgebouwd; er worden dingen beweerd, die de toeschouwer maar moet slikken. De figuren en hun geschiedenis krijgen geen ruimte , geen aandacht. Het wordt afgeraffeld. Clarissa en Herman komen elkaar na 17 jaar tegen, gaan met elkaar naar bed en kopen een huis in de buurt van Herman’s Hunsrücker heimat. Je kunt het hele verhaal in één zin samenvatten; dat is toch niet normaal voor een film of een boek. Zoals het ontstaan van Gunnars jaloezie wordt opgebouwd: een bankroetverklaring voor de verteller zou op zijn plaats zijn..

 

Een verklaring werd (naast de beperkte tijd) gezocht in het feit dat HEIMAT 1 sterk gebaseerd was op belevenissen van de inwoners van de Hunsrück. Niet voor niets namen Reitz en zijn co-auteur daar een aantal maanden hun intrek en lieten zich verhalen vertellen. Uit eigen ervaring kon Reitz zijn herinneringen aan de 40-er jaren daar aan toevoegen. DZH vertelt het verhaal van Reitz eigen studententijd in München en ontleent zaken aan zijn vriendenkring. Alles is doordesemd van zijn ervaring en leven. Het verhaal van H3 daarentegen moest bedacht worden en dat is –volgens sommige Duitse critici- niet de sterkste kant van Reitz. Er waren reacties in de trant van: “Alles is papier , inclusief de stem van de verteller. Wat is er uit Herman en Clarissa geworden. Wat is er met Edgar Reitz gebeurd? Ergens moet iets scheef gegaan zijn, waardoor dit oppervlakkige, ja harteloze werk ontstaan is. De tovenaar Reitz is een gewone filmer geworden. Hij houdt –misschien met uitzondering van Ernst en Tillmann- niet meer van zijn hoofdpersonen, omdat ze niet zichzelf mogen zijn, maar voortdurend moeten bijdragen aan twee of meer thema’s“

 

Ook in de (engelstalige) berichten van de mensen die bij de wereldpremiŹre in München waren, klonk aanvankelijk teleurstelling door. “In het begin ga je uit van de structuren en patronen van HEIMAT 1 en DZH . Dan kun je niet open en flexibel omgaan met de nieuwe serie”. De eerste drie delen laten zich vergelijken met een rit in de achtbaan: snel en soms angstaanjagend. Pas in het vierde deel hervindt Reitz zijn vertrouwde aanpak, waarbij de grote emoties een plek krijgen. Dat roept de vraag op waarom Reitz niet een aantal verhaallijnen en personen heeft geschrapt om rust te brengen in de film.

1.3.3. Maar ook bewondering

Er zijn ook genoeg kijkers die helemaal geen problemen hebben met de snelheid van handeling in het begin. Zij zien het als een sprookje: het begint gewoon, zonder vragen over eventuele andere relaties of partners gedurende de voorafgaande 17 jaar. Herman en Clarissa zijn ook geen twintig meer! Soms kunnen ook hele belangrijke zaken in het leven snel gaan. Die kijkers stellen dat ze het tempo in DZH juist te laag vonden, waardoor de films saai werden.

Ook zijn er stemmen die het begin van de film juist betitelen als een geniale zet van Reitz, waarvoor elk alternatief slechter had uitgepakt. Reitz zelf in “Die Zeit”: “Alle kijkers weten dat het “hogedrukgebied” van het eerste kwartier van de film langzaam gevuld zal worden. Ze worden daarmee fundamenteel aan hun eigen (persoonlijke of collectieve) ervaringen herinnerd en dat doet vaak erg pijn, zeker als die herinnering zo knap en geloofwaardig wordt opgeroepen. Het elkaar terugvinden van Herman en Clarissa en de val van de muur zijn onovertrefbare ervaringen van geluk De gebruikelijke reactie is dan dat men het nooit meer los wil laten: dit godsgeschenk moet in dankbaarheid gekoesterd en verzorgd worden.. De hoop wordt geformuleerd dat die ervaring blijvend mag zijn. Maar hoe onbuigzamer die verwachting en hoe kleuriger de illusie, des te sneller en radicaler volgt de ontnuchtering. Dat is de boodschap van het begin van H3. “

1.3.4. Het motief: terugkeer

Terugkeer is het centrale motief voor alle personen en voor de verhaallijnen die een rol spelen in dit eerste deel. Wie nauwgezet let op de titelmelodie, kan wellicht verstaan wat het koor zingt: "Weh dem, der keine Heimat hat." (later ook: "Wohl dem, der jetzt noch Heimat hat.") Zo’n dertig jaar nadat hij op de vlucht is geslagen voor de bekrompen, kleinburgerlijke cultuur van zijn familie, belandt Herman (op het oog bij toeval) weer op zijn geboortegrond. Hij merkt tot zijn verbazing dat hij meteen thuis voelt, alsof hij niet weggetrokken is, maar slechts even afwezig was( Aan het eind van DZH in 1970 keert hij overigens ook terug, maar daar wordt in H3 niet op teruggegrepen). De eerste ontmoeting met zijn broer Ernst verloopt niet spectaculair. Ook de dikdoenerij van zijn broer Anton, die zich heeft ontwikkeld tot een "Hunsrück-Tycoon", verdraagt hij met afstandelijke vanzelfsprekendheid. Herinneringen aan zijn kindertijd komen boven, maar bij alle opwinding weet Herman van meet af aan de afstand tussen zijn huis aan de Rijn en het dorp Schabbach op waarde te schatten.

1.3.5. Kritiek op hoofdrolspelers

In de Duitstalige e-mailcommentaren valt de regelmatige terugkeer op van kritiek op de invulling van de beide hoofdrollen, dus van Herman en Clarissa. Menigeen vindt dat de rollen niet tot leven komen; niet alleen door de gekunstelde doorstart van hun relatie, maar ook door de dialogen. Het lijkt of ze hun tekst van de autocue lezen. Als voorbeeld wordt de ontmoeting genoemd in de hal van het Berlijnse hotel Kempinski: "Sag, dass du real bist, kein Traum". Zou iemand in die situatie spontaan zo’n tekst produceren? Het werd houterig, ongeloofwaardig en pathetisch genoemd. Ook Herman's ' opmerking op Clarissa’s hotelkamer “Das ist alles nur für uns” sloeg niet overal aan.

Herman’s monoloog helemaal aan het begin (waar hij zegt dat hij iets voelt vibreren in de lucht) is een kopie van de woorden van Helga (in DZH deel 5), wanneer zij aan de vooravond van de “Münchener Krawalle” een processie van kloosterzusters voorbij ziet trekken. Het verschil is alleen dat de passage met Helga geloofwaardig overkomt, terwijl ze uit de mond van Herman geen indruk maken.

1.3.6. Losse opmerkingen bij diverse scŹnes

1. Het witte paard.

De vraag is gesteld wat het witte paard betekent, dat langs draaft als Herman en Clarissa na hun eerste aankomst bij het Günderode-huis een ommetje maken? Is er een parallel met de Franćaise die in HEIMAT 1 onderweg van Parijs naar Berlijn een nacht in Schabbach doorbrengt? Waarschijnlijk heeft dat er niets mee te maken. Het is 11 november alias Sint Maarten; in de Hunsrück (maar ook elders in Duitsland) rijden op die dag ruiters die Sint Maarten moeten voorstellen, overigens niet uitsluitend op witte paarden.

2. Gunnars tasje

Wat zit er in het bleekgroene tasje dat Gunnar steeds in de hand heeft? Sommige kijkers maken hier de vergelijking met “het doosje van Rob”(zie toelichting op DZH deel 8, hoofdstuk10), waarvan de kijker de inhoud niet te zien zal krijgen. Dit lijkt vergezocht, want het is toch ook duidelijk dat Gunnar hierin zijn belangrijkste gereedschap, zijn superbeitel, bewaart.

In de Volkskrant van 23 december 2004 geeft Edgar Reitz een heldere verklaring voor de mysterieuze groene zak van Gunnar: "Bij inwoners van de voormalige oostzone leverde het optreden van Gunnar applaus op, omdat hij voortdurend rondloopt met zo’n typische linnen draagtas. Zo’n tas is een symbool voor de DDR: iedereen had er een bij zich voor het geval er plotseling ergens aardappels te koop zouden zijn . De tas droeg bij aan de geloofwaardigheid van Heimat voor de Oostduitsers

3. De terugkeerscŹnes

Zeer overtuigend wordt de dialoog genoemd bij de terugkeerscŹnes van Herman in Schabbach, resp bij het Günderodehuis :

1. op het dorpsplein van Schabbach:

Herman ".Het zou kunnen dat iemand de hele wereld rond is gereisd, terwijl hij voor een Schabbacher alleen maar een tijdje weggeweest is.",

2. bij het Günderodehaus:

Herman: "Ik heb zo veel van de wereld gezien; waarom keer ik uitgerekend hier terug? Waarom niet in Toscane, aan de rotskusten van Bretagne of op een Grieks eiland? Waarom hier?

Udo: "Dat is toch duidelijk. Hier hoef je aan niemand uit te leggen wie je bent. De mensen hier hebben niet het gevoeld dat je weg was, je was slechts onderweg.."

De dialoog bij de terugkeer in Schabbach mag de een overtuigen; de ander vindt dit warme welkom van Herman in Schabbach verbazend, zo niet ongeloofwaardig. Had het niet veeleer voor de hand gelegen dat ze Herman na al die tijd niet meer herkend hadden, hem schuw uit de weg waren gegaan, of hem hooguit kort hadden gegroet? Maar nee, het hele dorp loopt verheugd op hem af. Zijn de inwoners van de Hunsrück werkelijk zo ontvankelijk voor mensen die vertrokken zijn en ondertussen eigenlijk tot een vreemde zijn geworden?

4. De lievelingsschoondochter

Het feit dat Anton over Mara spreekt als zijn „lievelingsschoondochter“ doet merkwaardig aan, ook al beseft men in tweede instantie dat Anton maar één schoondochter heeft. De andere zoon, Dieter, is immers niet getrouwd. De suggestie hangt in de lucht dat Anton een verhouding met Mara heeft (bv. omdat zoon Hartmut uiterst zuur zit te kijken in haar richting Mara niet ideaal blijkt en Anton’s vrouw Martha niet in het script van Heimat 3 is doorgedrongen), maar in de latere delen wordt dit niet bevestigd. Toch krijgt de kijker een gevoel van vervangende schaamte tegenover de echte dochters: Marlies, Helga en Gisela.

5. Rudi Molz

Het regelmatig optreden van Rudi Molz doet de vraag opkomen wat voor werk hij eigenlijk heeft. Moet hij niet in het café-restaurant zijn? Moet hij geen vee verzorgen? Dit is waarschijnlijk het gevolg van het voornemen van Edgar Reitz om de film –na het overlijden van de echte Rudi Molz- tot een monument voor zijn vriend te maken. Zo werd zijn rol gepromoveerd van die van parttime boer tot parttime opzichter bij de renovatie. Dat betekende enig verlies aan geloofwaardigheid als het om de realiteit gaat.

6. Geslaagd

De beelden van de voortgang van de restauratie van het Günderodehuis. Het is absoluut niet langdradig en saai.

De scŹne waar de mensen allemaal hand-in-hand in dat prachtige Hunsrücker landschap staan; in kleuren die ook van HEIMAT 1 zo zijn bijgebleven.

7. Clarissa zingt Dido

In Parijs brengt Clarissa (in beeld) het klaaglied van Dido ten gehore, onderdeel van de opera “Dido en Aeneas” van Purcell. Is dit een aanwijzing voor het verdere verloop van het verhaal? Dido wordt namelijk verlaten door Aeneas, omdat hij een andere,belangrijker bestemming heeft, namelijk het stichten van de stad Rome.

1.3.7. Vergissingen van de filmmaker?

1.     Bij het begin zegt Herman dat hij Clarissa 17 jaar niet meer gezien heeft. Dat betekent dat ze elkaar na Amsterdam 1970 (eind van DZH) toch noch een keer ontmoet hebben. Of is dat een „tijdfout“ van Reitz en had het 19 jaar moeten zijn?

2.     Een ander voorbeeld doet zich voor, wanneer Herman aankomt bij het ouderlijk huis in Schabbach. “20 jaar was ik niet meer op deze plaats geweest” (ER: Heinat 3, blz. 34). Maar we weten van het slot van HEIMAT 1 dat hij na de begrafenis van zijn moeder Maria in 1982 nog – eerst gescheiden, later samen met zijn broers Anton en Ernst - door het huis heeft gelopen.

3.     De HEIMAT 1-liefhebber weet nog heel goed, dat Herman in het laatste deel, na de begrafenis van zijn moeder (in 1982), een verhouding krijgt met zijn nichtje Gisela, de oudste dochter van Anton. (“Mijn moeder is jouw grootmoeder”). Bij de hernieuwde kennismaking van Herman met de familie van Anton (in 1989) is daar helemaal niets van te merken, of het zou moeten zijn dat Gisela als enige van de drie dochters, niet getrouwd is.

4.     Zijn dit opmerkingen met een hoog zeurgehalte? Edgar Reitz heeft er steeds op gewezen dat het om drie eigenstandige series gaat. De data zouden op de eerste plaats passend moeten zijn voor het betreffende deel. Het feit dat de drie werken vervolgens (waarschijnlijk om commerciĎle redenen) vermarkt werden als trilogie is daarmee in tegenspraak. In ieder geval provoceert het om op dit soort tegenspraak attent te zijn.

5.     Bij het snijden van de film is ook een vergissing gemaakt. Wanneer Gunnar in de Globus bouwmarkt een toiletbril bekijkt (met prikkeldraad in het plastic tasje) heeft hij de uitgekozen beitel duidelijk in de hand, terwijl hij in scŹne daarna voor het rek met de beitels staat en de beste voor het eerst ziet.

6.     Ernst Simon heeft na 1982 kennelijk met succes een haargroeimiddel geprobeerd. Zien we hem in het laatste deel van Heimat 1(1982, de dood van Maria) met een tamelijk kaal hoofd; in 1989 blijkt hij weer een aardige bos haar te hebben; grijs, dat wel.

1.3.8. Symboliek

-       Het verwijderen van de hekwerken ( bij de aankomst bij het Günderode-huis en bij de nederzetting van Ernst) verwijst naar de val van de Berlijnse muur;

-       Het optillen van het houtskelet van het Günderode huis (= geluk van het Duitse volk), waarna de fundering wordt vernieuwd (= de fundering van de Duitse staat)

-       Het gevoel van geluk wanneer het gezelschap op de hoogste berg van Duitsland staat, gevolgd door de teleurstelling wanneer ze weer beneden zijn (Gunnars jaloezie op Reinhold) staat symbool voor de Duitse hereniging;

-       Het oosten gaat naar het westen: niet alleen de bouwvakkers, maar ook de muziek:
1. een muziekstuk uit het Rijnland wordt gespeeld in Amsterdam;
2. de Prager symphonie wordt ten gehore gebracht in Wenen;
3. een Russisch lied wordt gezongen in Berlijn.

-       De neusbloedingen van Herman’s theateragent Reinhold Loewe staan wellicht symbool voor de uitdrukking “doen of je neus bloedt", vooropgesteld dat men die uitdrukking in Duitsland ook zou kennen. Of staat het symbool voor Reinholds tederheid en kwetsbaarheid, waarvoor Petra, die graag bescherming en genegenheid wil geven, gevoelig is. Kennelijk voelde zij zich emotioneel onvoldoende geborgen bij Gunnar. De Nederlandse uitdrukking is ook daarom niet van toepassing, omdat Reinhold de neusbloeding niet doelbewust oproept om aandacht te krijgen.

1.3.9. Parallellen met HEIMAT 1 of DZH

-       In de scene waarin Clarissa en Herman in hotel Kempinski met elkaar naar bed gaan, maakt de televisie gewag van de gebeurtenissen rond de val van de muur. Zijn oom Eduard lag in 1933 in Berlijn in bed bij Lucie (H1 deel 2), terwijl de radio verslag deed van het gejubel rond de machtsovername door Adolf Hitler. Wellicht zullen sommigen ook denken aan “Una giornata particolare”

-       Herman kijkt precies zo door het raam van de oude smederij, als zijn stiefvader Paul dat deed toen hij in 1919 terugkeerde van het front in Frankrijk.

-       Heel mooi is het beeld van Ernst , wanneer hij met zijn vliegtuig landt op het veld bij zijn huis: half in kleur, half in zwart-wit. Dat is Reitz zoals we hem kennen.

-       Als Herman met broer Anton door de fabriek van Simon Optik loopt, ligt de vergelijking met deel 9 van HEIMAT 1 voor de hand. Ook daar loopt de (scholier) Herman samen met Anton door de fabriek, terwijl de laatste uitlegt welke supervindingen hij allemaal heeft gedaan.

-       Als Udo onderweg door West-Duitsland voor het eerst het reclamebord van een Aral-tankstation ziet, heeft hij het gevoel dat de nieuwe tijd begonnen is. Dat overkwam ook grootmoeder Katharina toen zij op weg naar de familie in Bochum vanuit de trein het bord van Bayer zag. Er is wel een verschil : Udo zag er een positieve belofte in; Katharina zeker niet.

-       De marterval die aan het eind van deel 1 wordt getoond, grijpt zowel terug op HEIMAT 1 (waar Paul de val klaar zet om vervolgens naar Amerika te vertrekken) als vooruit op de scŹne in deel 4, waarin Herman erin trapt.

-       In het huis van Oma Loewe spelen de kinderen van Gunnar en Udo op dezelfde manier met speelgoed, als Anton en Ernst dat met kerstmis 1935 deden. Alleen is de stoommachine nu een trein geworden.

-       De boos vertrokken Gunnar rijdt met zijn auto naast de trein, waarin de anderen zitten. Ook in DZH deel 13 zien we zo’n scŹne. Herman zit in de trein die voortsnelt door het Rijndal, terwijl naast hem Schnüsschen en Lulu in een Citroen cabrio rijden.

-       Clarissa en Herman staan in het trapportaal van zijn woning in München; ze heeft geen stem en koorts. In DZH zit ook zo’n scŹne.